De One-Cent Magenta werd in 1873 teruggevonden door een 12-jarige jongen, die de zegel verkocht voor 6 shilling, vandaag ongeveer 1 euro. In 1935 was de zegel al 40.000 dollar (29.000 euro) waard, in 1980 werd hij verkocht voor 935.000 dollar (685.000 euro). Vandaag zou de zegel 10 tot 20 miljoen dollar (7,3 tot 14,7 miljoen euro) waard zijn.

De zegel werd in 1856 gedrukt door een krantenuitgever in Brits-Guiana, omdat het lokale postkantoor geen zegels uit Londen meer in voorraad had. De verantwoordelijke van de post was echter niet tevreden over de kwaliteit van de zegel en vreesde bovendien dat hij zou worden nagemaakt. Hij vroeg daarom aan de postbeambten om elke zegel te paraferen om zo fraude tegen te gaan, aldus Kenmore Stamp Company in de krant Washington Post.

Die initialen en zijn achthoekige vorm en zwarte letters op magenta, maken de zegel uniek. Er staat bovendien een driemaster op en het motto van de kolonie: we geven en verwachten iets in de plaats.

Indien de voorspelling van Sotheby’s klopt, zou de One-cent Magenta de duurste postzegel zijn die ooit verkocht werd op een veiling. Het record staat momenteel op naam van de Zweedse Treskilling Yellow, die onder de hamer ging voor 2,3 miljoen dollar (1,7 miljoen euro).

Bron: de redactie